Sportieve vakantie: fit blijven zonder te trainen als een prof
Vakantie betekent loslaten. Geen wekker, geen strak schema, geen coach die op je schreeuwt. En toch… je wilt ook niet twee weken alleen maar liggen en daarna het gevoel hebben dat je conditie ergens is achtergebleven bij het hotelzwembad. Goed nieuws: je kunt prima in vorm blijven op vakantie zonder te trainen als een topsporter. Echt. Het gaat niet om presteren, het gaat om bewegen. Slim, relaxed, en met plezier.
Dat besefte ik pas echt toen ik me ging verdiepen in sportieve vakanties, een beetje uit nieuwsgierigheid. Ik kwam onder andere terecht op https://bretagnefootvacances.fr, en wat me daar vooral opviel: sport hoeft geen verplichting te zijn. Het kan gewoon deel zijn van je vakantie. Dat idee alleen al haalt enorm veel druk weg, vind ik.
Wandelen: simpel, maar onderschat

Eerlijk is eerlijk, wandelen klinkt niet sexy. Tot je het doet. Een hele dag door een stad slenteren of langs de kust lopen en je zit zo aan 15.000 stappen. Soms meer. Dat voel je ’s avonds in je kuiten, en de volgende ochtend ook een beetje. Maar het is zo’n fijne vermoeidheid.
Persoonlijk vind ik wandelen ideaal omdat je hoofd ook meedoet. Je kijkt om je heen, je stopt voor een koffie, je loopt weer door. Geen sporthorloge nodig, geen doeltempo. Gewoon gaan. En toch werk je aan je conditie. Best gek eigenlijk, hoe goed dat werkt.
Zwemmen en watersporten: trainen zonder dat het zo voelt

Zwemmen in zee of een meer is echt anders dan in een zwembad. Het water is kouder, soms wat onrustig, en je lichaam moet zich aanpassen. Tien minuten voelt al nuttig. Na een half uur ben je klaar, op een goede manier.
Geen zin om alleen maar banen te trekken? Snap ik. Paddleboarden, kajakken of zelfs rustig snorkelen doet meer dan je denkt. Bij paddleboarden dacht ik eerst: dit stelt niks voor. Tot mijn benen begonnen te trillen. Dat was… verrassend.
Fietsen: ideaal om te ontdekken én te bewegen

Fietsen op vakantie is goud. Je ziet meer dan te voet, maar je blijft actief. En je bepaalt zelf hoe zwaar het wordt. Een vlak rondje langs het water of toch die ene heuvel “omdat hij er wel leuk uitziet”. Spoiler: die is nooit zo leuk als hij lijkt.
Wat ik fijn vind aan fietsen is dat je het elke dag kunt doen zonder jezelf kapot te maken. Een uurtje hier, anderhalf uur daar. Na een paar dagen merk je het al: je zit lekkerder op de fiets, je ademhaling wordt rustiger. Zonder dat je het echt doorhad.
Spontane teamsporten: bewegen zonder nadenken

Een bal, een veldje, een paar mensen. Meer heb je niet nodig. Voetbal, volleybal, frisbee. Het hoeft niet strak, het hoeft niet mooi. Juist dat maakt het leuk.
Voetbal op het strand bijvoorbeeld. Zwaar zand, onhandige passen, iedereen buiten adem na vijf minuten. Maar niemand die stopt. Omdat het lachen is. En dat is misschien wel de beste motivatie die er is.
Rustige beweging: yoga en mobiliteit

Ik geef het toe: ik was sceptisch. Yoga op vakantie? Te rustig, dacht ik. Tot ik het een keer ’s ochtends probeerde, buiten, met frisse lucht. Twintig minuten later voelde mijn lichaam losser dan na acht uur slaap.
Yoga of simpele mobiliteitsoefeningen zijn perfect als tegenhanger van al dat actieve gedoe. Ze helpen je herstellen, beter slapen en soepeler bewegen. Geen zweverig verhaal, gewoon praktisch goed voor je lijf.
Dus… welke sport is het beste op vakantie?
Misschien een beetje flauw, maar toch waar: de sport die je leuk vindt. Niet degene die volgens een schema het meest “effectief” is. Als je elke dag een beetje beweegt, zit je al goed.
Vraag jezelf af: heb ik hier morgen weer zin in? Zo ja, top. Zo nee, probeer iets anders. Vakantie is geen wedstrijd. Het is jouw tijd. En fit blijven mag best relaxed zijn. Echt.
